Stuurwielen en besturing voor boten
In deze categorie liggen stuurwielen voor boten en daarbij naven, adapters en stuurknoppen. Kloppen moet de askegel, op pleziervaartuigen vrijwel altijd de driekwartinch kegel met spie. De diameter van de krans verandert de kracht bij het draaien, niet het aantal slagen van eind tot eind, dat bepaalt de stuuroverbrenging. En de diepte van de schotel beslist hoe ver de krans van de console blijft.
Stuurwielen en besturing voor boten
In deze categorie liggen stuurwielen voor boten, dus stuurwielen voor de stuurconsole, en daarbij naven, adapters en stuurknoppen. Hier horen geen decoratieve houten stuurwielen voor aan de muur, want die hebben geen conische naaf en gaan niet op de as. Een stuurwiel kies je op vier getallen, namelijk op naaf, diameter, diepte en de dikte van de krans. Het materiaal is meestal roestvast staal of gepolijst aluminium, en het aantal spaken, doorgaans drie of vijf, is vooral een kwestie van uiterlijk.
Het eerste en enige getal dat precies moet kloppen is de askegel en de naaf. Op pleziervaartuigen houdt zich vrijwel één standaard staande, namelijk de driekwartinch kegel met spiebaan, wat in millimeters ongeveer negentien boven en zeventien onder is. Het stuurwiel gaat op de kegel, wordt met de spie geborgd en met de moer aangetrokken, dus er wordt niets geboord. Heeft de boot een andere naaf, dan lost een adapter dat op en niet het afslijpen van de as.
Het tweede getal is de diameter van de krans, en dat beslist over de kracht, niet over het aantal slagen. Een groter wiel draait lichter omdat het de langere hefboom heeft, alleen neemt het ruimte weg tussen knieën en console. Het aantal slagen van eind tot eind verandert het daarentegen niet, want dat bepaalt de stuuroverbrenging zelf. Ligt het huidige stuurwiel je goed in de hand, blijf bij vervanging dan binnen tweeënhalve centimeter van de diameter.
Het derde is de diepte van de schotel, dus hoeveel de naaf achter het vlak van de krans zit. Een vlak stuurwiel laat de krans bij de console, een geschoteld trekt hem dichter naar je toe, en dat zonder afstandsring onder de naaf. Gebruikelijk is vijfendertig tot negentig millimeter, dus het verschil tussen de uitersten is een halve handbreedte. Meet daarom niet alleen het gat in de console maar ook de afstand van de krans tot je knieën, want daar neemt de schotel weg.
Het laatste is de stuurknop, die op de krans wordt geklemd. Daarmee draai je het stuurwiel met één hand, wat bij kabelbesturing met de kracht helpt, omdat daar geen bekrachtiging is, en bij hydrauliek met het aantal slagen, waarvan er van eind tot eind meer zijn. Hij past op kransen van ongeveer zestien tot vijfentwintig millimeter, dus meet de dikte van de krans voor je hem bestelt.