Xenonlampen voor de auto
In plaats van een gloeidraad maakt in een xenonlamp een lichtboog tussen twee elektroden in een met xenon gevulde ballon het licht. De lamp geeft ongeveer twee keer zoveel lichtstroom als een halogeenlamp en verbruikt daarbij maar zo'n 35 W. De types verschillen in fitting, zoals D1S, D2S, D3S of D4S, in kleurtemperatuur en in de vraag of de ontsteker in de fitting is ingebouwd. De vervangende lamp kiest u op basis van het type dat af fabriek in de auto zit.
Xenonlampen voor de auto
Om te starten heeft de lamp een ontsteker nodig, die de lichtboog met een korte puls van meer dan 20.000 V ontsteekt, en een voorschakelapparaat, dat daarna een stabiele bedrijfsspanning aanhoudt. De lamp bereikt pas na enkele seconden haar volle lichtsterkte, daarom wordt xenon vooral voor dimlicht gebruikt. In bi-xenonkoplampen ontstaat het grootlicht door een beweegbaar schermpje dat de volledige lichtbundel vrijgeeft. Omdat de lamp geen gloeidraad heeft, kan ze beter tegen trillingen en gaat ze meestal enkele duizenden branduren mee.
De aanduiding van de fitting geeft de bouwwijze aan. De letter S staat voor lampen in projectorkoplampen met lens, de R voor reflectorkoplampen, waarbij een donkere strook op de ballon de lichtgrens vormt. De types D1 en D3 hebben de ontsteker in de fitting geïntegreerd, D2 en D4 worden op een aparte ontsteker aangesloten. D3- en D4-lampen zijn kwikvrij en werken met een lagere spanning, daarom zijn ze niet uitwisselbaar met D1 en D2. Het type staat op de oude lamp of op het label van de koplamp.
Fabriekslampen hebben meestal een kleurtemperatuur van ongeveer 4300 K, die wit licht met een licht warme tint geeft en het wegdek ook bij regen goed verlicht. Vervangende lampen van 5000 tot 6000 K geven koeler wit licht, hogere waarden ogen al blauwachtig en de lichtstroom neemt af naarmate de kleurtemperatuur stijgt. Beide lampen in de auto moeten dezelfde kleurtemperatuur hebben, anders is het verschil meteen zichtbaar.
Met de jaren worden de lampen zwakker en verschuift hun licht naar paars, daarom is het verstandig ze per paar te vervangen. Schakel voor het vervangen de verlichting en het contact uit, want het voorschakelapparaat werkt met hoogspanning, en laat de lamp afkoelen. Raak de glazen ballon niet met uw vingers aan. Als het licht knippert of uitvalt, kan de lamp defect zijn, maar ook het voorschakelapparaat of de ontsteker.
Xenonlampen horen alleen in koplampen die af fabriek voor xenon zijn goedgekeurd. Zulke auto's hebben meestal ook koplampsproeiers en automatische hoogteregeling, zodat het licht niet verblindt. Een xenonset inbouwen in een halogeenkoplamp is niet toegestaan op de openbare weg, omdat de optiek daarvan niet voor een gasontladingslamp is ontworpen. Lampen met E-keurmerk dienen als vervanging in originele xenonkoplampen.