Bootbeslag en accessoires
In deze categorie liggen roestvast beslag en toebehoren: oogplaten, handgrepen, drukknopen, scharnieren en musketons. In zout water hoort roestvast 316 met molybdeen, in zoet water volstaat 304, maar ze in één verbinding mengen loont niet. Roestvast roest vooral in de spleet onder het beslag, waar de zuurstof opraakt. En beslag dat op trek staat wordt doorgebout en van onderen met een plaat ondersteund, zodat de kracht zich verdeelt.
Bootbeslag en accessoires
In deze categorie liggen roestvast beslag en klein toebehoren, dus oogplaten, oogbouten, handgrepen, drukknopen, scharnieren en musketons. Het meeste ervan houdt iets anders op zijn plaats, dus je kiest het niet op uiterlijk maar op materiaal en bevestigingswijze. Met materiaal wordt hier vooral de roestvaste kwaliteit bedoeld, want op het water blijkt het verschil tussen de twee gangbare kwaliteiten binnen één seizoen. Hier horen ook dekzeilen, hoezen en de bevestiging daarvan, terwijl motoren, lichten en besturing eigen categorieën hebben.
Het eerste is de roestvaste kwaliteit, 304 of 316. Het verschil zit in molybdeen, waarvan 316 twee tot drie procent heeft en 304 helemaal niets. Juist molybdeen houdt het staal tegen chloriden, dus in zout water hoort 316 en in zoet water redt 304 het. Ze in één verbinding mengen is de slechtste variant, want het zwakkere deel corrodeert eerder en de verbinding houdt het maar zolang als dat deel.
Het tweede is spleetcorrosie, en juist daarom roest roestvast staal onder het beslag. Het staal beschermt zich met een dun oxidelaagje dat het zelf herstelt, alleen heeft het daarvoor zuurstof nodig. In de nauwe natte spleet onder de plaat of onder de boutkop raakt de zuurstof op, het laagje herstelt niet en het metaal begint juist daar te putten waar je niet kijkt. Daarom komt er kit onder het beslag, en wordt de verbinding zo uitgevoerd dat het water eruit loopt in plaats van erin te blijven staan.
Het derde is galvanische corrosie bij het mengen van metalen. Komt een roestvaste bout een aluminium deel tegen en komt er zout water bij, dan ontstaat een element waarin het aluminium het slachtoffer is. Het roestvast blijft, terwijl het aluminium rond het gat uiteenvalt, en dat zelfs als de bout er nieuw uitziet. Dat los je op door ze te scheiden, dus met een nylon ring of bus, desnoods met draadpasta.
Het laatste zijn oogplaten en de verdeling van de trekkracht. Beslag op dun laminaat scheurt niet uit omdat het zwak is, maar omdat de trek door slechts enkele vierkante centimeters rond de bout wordt gehouden. Daarom wordt het doorgebout en van onderen ondersteund met een plaat die buiten de omtrek van het beslag uitsteekt, want die verdeelt de kracht over een oppervlak dat het laminaat wel draagt.