LED-autolampen voor mistlampen
Mistlampen schijnen laag boven het wegdek en breed naar de zijkanten, zodat ze bij mist, hevige regen of sneeuwval de berm en de directe omgeving van de auto verlichten. Het vervangen van halogeenlampen door een LED-variant levert witter of geel licht, een lager verbruik en een langere levensduur op. LED-autolampen voor mistlampen worden gemaakt met fittingen als H11, H8, H16 of H3, vaak in een compacte uitvoering voor de krappe ruimte in de bumper. Voor gebruik op de openbare weg moeten ze goedgekeurd zijn voor het betreffende voertuig.
LED-autolampen voor mistlampen
De meest gebruikte fittingen in mistlampen zijn H11, H8 en H16. Ze lijken op elkaar, maar verschillen in vermogen en in de nok op de fitting, waardoor ze niet zomaar uitwisselbaar zijn. Oudere auto's en extra verstralers gebruiken de fitting H3, sommige Japanse en Amerikaanse modellen H1, HB4 (9006) of H10. Het juiste type vindt u in de handleiding of op de originele lamp. Het mistachterlicht heeft meestal een andere fitting, vaak P21W.
Een belangrijke keuze is de lichtkleur. Wit licht van ongeveer 6000 K past bij LED-koplampen en oogt modern. Geel licht van ongeveer 3000 K ervaren veel bestuurders bij mist, regen en sneeuw als minder verblindend en contrastrijker. Er zijn ook tweekleurige lampen die tussen wit en geel wisselen door de verlichting kort uit en weer aan te zetten. De regels staan bij mistlampen vooraan zowel wit als selectief geel licht toe.
Mistlampen zitten laag in de bumper, waar achter de lamp vaak weinig ruimte is en u er vaak alleen via de wielkastbekleding of de onderplaat bij kunt. Controleer daarom de lengte van de LED-lamp en het type koeling. Een passief koellichaam zonder ventilator is korter en kan beter tegen stof en vocht, een ventilator voert de warmte efficiënter af. Na de montage moeten afdichtingen en kapjes goed aansluiten, zodat er geen water in de lamp komt.
Mistlampen hebben een brede, vlakke lichtbundel met een scherpe bovengrens, die onder de mist door schijnt en niet terugkaatst in de ogen van de bestuurder. Om die bundel te behouden, moeten de chips van de LED-lamp op dezelfde plek zitten als de gloeidraad van de halogeenlamp. Bij auto's die het stroomverbruik bewaken, voorkomt een uitvoering met CANbus-ondersteuning foutmeldingen of knipperen.
Voor gebruik op de openbare weg moet de LED-vervanger in de mistlamp een goedkeuring hebben voor het betreffende voertuig, anders is hij bedoeld voor gebruik buiten de openbare weg. Mistlampen vooraan gaan alleen aan bij beperkt zicht, bijvoorbeeld bij mist, hevige regen of sneeuwval, omdat ze bij helder weer andere weggebruikers kunnen verblinden. Controleer na de vervanging of beide lampen met dezelfde kleur en sterkte branden.